Dataconomy NL
Subscribe
No Result
View All Result
Dataconomy NL
Subscribe
No Result
View All Result
Dataconomy NL
No Result
View All Result

Intelligentie eerst versus workflow eerst: de verborgen architectuurkeuze die de toekomst van AI vormgeeft

byEugene Vyborov
22 december 2025
in Contributors, Resources
Home Contributors
Share on FacebookShare on Twitter

Er loopt een verborgen breuklijn door de AI-industrie die bepaalt welke producten slagen en welke falen, welke bedrijven waarde veroveren en welke ontwricht raken, welke use cases de workflows transformeren en welke wegkwijnen in een pilot-vagevuur. Deze breuklijn gaat niet over modelarchitectuur of trainingsgegevens – het gaat over een fundamentele ontwerpkeuze die vaak naamloos blijft: intelligentie eerst versus workflow eerst.

Het begrijpen van dit onderscheid is van cruciaal belang omdat het de verwachtingen van gebruikers, de vertrouwensdynamiek, de concurrentiepositie en uiteindelijk de vraag of AI de menselijke keuzevrijheid vergroot of vervangt, bepaalt. Laat het me uitleggen.

Het definiëren van de kloof

Workflow-eerste AI begint bij een bestaand bedrijfsproces en vraagt ​​zich af: “Hoe kan AI dit sneller/goedkoper/beter maken?” De workflow blijft het organiserende principe. AI wordt een onderdeel binnen een groter systeem dat is geoptimaliseerd voor een specifieke takenreeks. Voorbeelden: RPA (robotische procesautomatisering), AI-aangedreven CRM’s, pijplijnen voor documentverwerking, routeringssystemen voor klantenservice.

Intelligentie-eerste AI begint met een redeneervermogen en vraagt: “Welke problemen kan deze intelligentie oplossen?” De cognitieve vaardigheden van de AI worden het organiserende principe. Workflows komen voort uit wat de intelligentie kan doen, niet uit wat het bestaande proces vereist. Voorbeelden: ChatGPT, Claude, Cursor, Perplexity – algemene redeneersystemen die gebruikers aanpassen aan hun behoeften. Dit onderscheid lijkt misschien semantisch, maar het heeft diepgaande implicaties.

Waarom dit onderscheid ertoe doet: vier belangrijke dimensies

1. Afwegingen tussen flexibiliteit en betrouwbaarheid

Workflow-first-systemen optimaliseren voor voorspelbaarheid. Ze zijn ontworpen om specifieke taken consistent uit te voeren binnen gedefinieerde parameters. Dit maakt ze gemakkelijker te valideren, gemakkelijker te integreren en gemakkelijker te vertrouwen, maar moeilijker aan te passen wanneer de vereisten veranderen. Op intelligentie gerichte systemen optimaliseren voor aanpassingsvermogen. Ze zijn ontworpen om met nieuwe situaties om te gaan, dubbelzinnige input te interpreteren en over contexten heen te generaliseren. Dit maakt ze krachtig en flexibel, maar moeilijker te valideren, moeilijker te integreren en moeilijker te vertrouwen. De ironie: ondernemingen hunkeren naar zowel betrouwbaarheid als flexibiliteit, maar deze doelen creëren architectonische spanningen. Ontwerpen waarbij de workflow centraal staat, bieden betrouwbaarheid ten koste van stijfheid. Ontwerpen waarbij intelligentie centraal staat, bieden flexibiliteit ten koste van onvoorspelbaarheid. Dit is de reden waarom 90-95% van de GenAI-experimenten nooit productie bereiken. Organisaties maken prototypes met op intelligentie gerichte tools (ChatGPT, Claude), ontdekken krachtige mogelijkheden en realiseren zich vervolgens dat ze zoiets onvoorspelbaars niet kunnen implementeren in productieworkflows die consistentiegaranties vereisen.

2. Gebruikersorganisatie en controle

Workflow-first AI behoudt de menselijke beslissingsbevoegdheid. De AI voert specifieke subtaken uit, maar mensen blijven op de hoogte van oordelen, uitzonderingen en definitieve beslissingen. Dit komt overeen met het gedragseconomische inzicht dat gebruikers nodig hebben om de delegatie te kunnen vertrouwen. Intelligence-first AI vereist dat gebruikers het redeneringsproces van de AI vertrouwen. Wanneer u ChatGPT vraagt ​​om “deze gegevens te analyseren en volgende stappen aan te bevelen”, delegeert u niet alleen de uitvoering, maar ook het oordeel. Dit leidt tot aversie tegen identiteitsverlies: de psychologische weerstand om machines voor je te laten denken. Dit verklaart het ‘Copilot-patroon’: op intelligentie gerichte systemen die slagen, zijn doorgaans ontworpen als samenwerkingstools (GitHub Copilot, Cursor) in plaats van als autonome agenten. De intelligentie is eersteklas, maar de gebruikerscontrole wordt behouden door middel van suggestieve in plaats van directieve interactie.

3. Competitieve slotgrachten en marktstructuur

Workflow-first AI creëert verticale integratiemogelijkheden. Als je AI diep kunt inbedden in een specifieke workflow (juridische documentbeoordeling, medische diagnostiek, financiële afstemming), bouw je een slot op door procesexpertise, integratiediepte en overstapkosten. Intelligentie-eerst AI creëert horizontale platformmogelijkheden. Algemene redeneringsmogelijkheden kunnen worden toegepast in alle sectoren en gebruiksscenario’s, waardoor platformdynamiek mogelijk wordt waarbij één basismodel duizenden toepassingen bedient. Dit is de reden waarom we gelijktijdige trends zien:

  • Consolidatie van funderingsmodellen (OpenAI, Anthropic, Google) – op intelligentie gerichte platforms met enorme schaalvoordelen
  • Verticale AI-proliferatie (Harvey voor recht, Hippocratic voor gezondheidszorg, Glean voor enterprise search) – workflow-first applicaties met diepe domeinintegratie

De meest succesvolle AI-bedrijven zullen waarschijnlijk op beide lagen opereren: op intelligentie gebaseerde fundamenten die workflow-first-applicaties voeden.

4. De dynamiek van vertrouwen en adoptie

Hier ontmoeten gedragseconomie en architectuur elkaar: workflow-first-systemen sluiten aan bij de manier waarop bedrijven vertrouwen opbouwen progressieve delegatie. U begint met taken met een lage inzet (gegevensinvoer), bewijst de betrouwbaarheid en breidt vervolgens geleidelijk de reikwijdte uit. Dit komt overeen met het psychologische principe van het opbouwen van vertrouwen door herhaalde kleine successen. Bij systemen waarbij intelligentie centraal staat, moeten gebruikers een sprong van geloof: vertrouw op de redenering van de AI zonder de geleidelijke opbouw van competentie waar te nemen. Dit is psychologisch veel moeilijker, en daarom gebeurt de adoptie van intelligentie vaak eerst op de consument (ChatGPT), waarbij individuele gebruikers met laag risico kunnen experimenteren en uiteindelijk naar het bedrijfsleven migreren zodra er voldoende sociaal bewijs is.

De hybride convergentiethese

Hier is het tegendraadse inzicht: de dichotomie tussen intelligentie eerst en workflow eerst is aan het verdwijnen. De meest geavanceerde AI-systemen convergeren naar een hybride architectuur dat combineert:

  • Intelligentie laag: Algemeen redeneervermogen (basismodellen)
  • Workflow-laag: Gestructureerde taakorkestratie (agenten, tools, vangrails)
  • Controlelaag: Menselijk toezicht en interventiepunten

Dankzij deze drielaagse stapel kunnen organisaties profiteren van algemene intelligentie, terwijl de betrouwbaarheid van de workflow en de gebruikerscontrole behouden blijven. Voorbeeld: Cursor (AI-code-editor)

  • Intelligentielaag: Claude/GPT-4 voor het begrijpen en genereren van code
  • Workflowlaag: Geïntegreerd in de ontwikkelingsworkflow met git, linters, tests
  • Controlelaag: Suggesties vereisen menselijke beoordeling; gebruiker blijft auteur

Deze hybride aanpak pakt de kernuitdaging van de gedragseconomie aan: het biedt AI-mogelijkheden die aanvoelen als een verbeterde hulpmiddelen in plaats van autonome vervangingen.

Implicaties voor AI-strategie

Als u AI bouwt of koopt, stelt dit raamwerk drie strategische vragen:

1. Wat is uw voornaamste beperking: flexibiliteit of betrouwbaarheid?

  • Als het om betrouwbaarheid gaat: workflow-first-architectuur, accepteer dan een beperkte reikwijdte
  • Als flexibiliteit: architectuur waarbij intelligentie voorop staat, investeer in het opbouwen van vertrouwen

2. Waar ligt uw concurrentievoordeel?

  • Procesexpertise → workflow-first (verticale integratie)
  • Algemene capaciteiten → intelligentie eerst (horizontaal platform)

3. Hoe bouwt uw gebruiker vertrouwen op?

  • Progressieve delegatie → geleidelijke uitbreiding op basis van workflow
  • Experimenteren → intelligentie voorop met sterke vangrails

Het mapparadigma als hybride architectuur

Hier wordt dit persoonlijk relevant: het ‘mapparadigma’ dat ik heb onderzocht (AI-agenten die mappen bezitten als cognitieve architectuur) is fundamenteel een hybride architectuur geoptimaliseerd voor intelligentiegericht redeneren binnen de beperkingen van de workflow. Elke agent heeft:

  • Intelligentie laag: LLM redeneren over documenten, tools, context
  • Workflow-laag: Bestandssysteem als gestructureerd geheugen, gestandaardiseerde interfaces
  • Controlelaag: Voor mensen leesbare bestanden, expliciete beslissingslogboeken, interventiepunten

Dit ontwerp behoudt de gebruikersvrijheid (u kunt elk bestand lezen/bewerken), maakt progressieve delegatie mogelijk (begin met een smal agentbereik, breid geleidelijk uit) en combineert algemene intelligentie met workflowintegratie. Het is een architectuur die zegt: “AI-agenten moeten intelligent genoeg zijn om flexibel te redeneren, maar gestructureerd genoeg om zich voorspelbaar te gedragen.”

Waarom de industrie hier nog niet op is afgestemd

Als hybride architectuur optimaal is, waarom is de markt dan niet geconvergeerd? Drie redenen:

  1. Technologische onvolwassenheid: Funderingsmodellen verbeteren nog steeds snel. Voortijdige workflow-integratie creëert technische schulden wanneer de intelligentielaag wordt geüpgraded.
  2. Organisatorische inertie: Bedrijven hebben moeite met het opnieuw ontwerpen van workflows rond AI. Het is gemakkelijker om AI in bestaande processen te integreren (workflow-first) dan werk opnieuw te bedenken (intelligence-first).
  3. Onduidelijke waardevaststelling: Intelligence-first-platforms (OpenAI) en workflow-first-applicaties (verticale AI) hebben duidelijke bedrijfsmodellen. Hybride architectuur vereist nieuwe organisatorische capaciteiten (AI-operatieteams, hybride ontwerpvaardigheden) die nog steeds in opkomst zijn.

Maar dit is aan het veranderen. Naarmate basismodellen zich stabiliseren, bedrijven AI-expertise opbouwen en succesvolle patronen ontstaan ​​(Copilot-model, agentische raamwerken), zullen we convergentie zien naar hybride architecturen die zowel intelligentie als betrouwbaarheid leveren.

Het ultieme inzicht: architectuur vormt de psychologie

De diepste reden waarom dit onderscheid ertoe doet: architectuurkeuzes bepalen de psychologie van de gebruiker, die de adoptie bepaalt en het succes bepaalt.

Architectuursignalen waarbij de workflow voorop staat: “Dit is een tool die doet wat je zegt.” Dit behoudt de keuzevrijheid, bouwt vertrouwen op door aangetoonde competentie en sluit aan bij bestaande mentale modellen. Intelligentie-eerste architectuursignalen: “Dit is een redeneeragent die voor u denkt.” Dit leidt tot aversie tegen identiteitsverlies, vereist vertrouwenssprongen en daagt bestaande mentale modellen uit. De winnende architectuur is degene die AI-mogelijkheden levert en tegelijkertijd de psychologische transitie beheert. Daarom geloof ik hybride intelligentie-eerst-redeneren-binnen-workflow-eerst-structuur zal domineren: het maximaliseert de AI-mogelijkheden en minimaliseert de psychologische weerstand.

Conclusie: De keuze die alles vormgeeft

Het onderscheid tussen intelligentie eerst en werkstroom eerst gaat niet alleen over systeemontwerp – het gaat over:

  • Vertrouwensdynamiek: Hoe gebruikers vertrouwen opbouwen in AI-delegatie
  • Concurrerende strategie: Waar grachten ontstaan ​​(verticale integratie versus horizontale platforms)
  • Adoptiepaden: Consumentenexperimenten versus bedrijfsvalidatie
  • Psychologische inkadering: Gereedschapsuitbreiding vs. autonomie van agenten

Naarmate de mogelijkheden van AI volwassener worden, zal het onderscheid vervagen. Maar als we dit nu begrijpen, kunnen we verklaren waarom sommige AI-producten succes hebben terwijl andere wegkwijnen in een pilot-vagevuur, waarom bedrijven AI-agenten tegelijkertijd hunkeren en vrezen, en waarom de weg naar AI-adoptie loopt via architecturale keuzes die de menselijke psychologie vormgeven. De bedrijven die winnen zullen niet alleen betere modellen of betere workflows hebben, maar ook betere psychologische architecturen die intelligentie leveren waarop gebruikers kunnen vertrouwen, flexibiliteit die ze kunnen controleren en workflows die ze kunnen begrijpen. Dat is de verborgen ontwerpkeuze die de toekomst van AI vormgeeft.


Uitgelicht beeldtegoed

Tags: AI-implementatiedigitale transformatieleiderschapverandermanagementzakelijke AI

Related Posts

CES 2026: hoe je de presentatie van LG kunt bekijken

CES 2026: hoe je de presentatie van LG kunt bekijken

2 januari 2026
CES 2026: Hoe je de presentatie van Sony Honda Afeela kunt bekijken

CES 2026: Hoe je de presentatie van Sony Honda Afeela kunt bekijken

2 januari 2026
CES 2026: Zo bekijk je de presentatie van Samsung

CES 2026: Zo bekijk je de presentatie van Samsung

2 januari 2026
CES 2026: hoe u de presentatie van NVIDIA kunt bekijken

CES 2026: hoe u de presentatie van NVIDIA kunt bekijken

2 januari 2026
CES 2026: Hoe u de presentatie van Hisense kunt bekijken

CES 2026: Hoe u de presentatie van Hisense kunt bekijken

2 januari 2026
CES 2026: Hoe u de presentatie van Hyundai kunt bekijken

CES 2026: Hoe u de presentatie van Hyundai kunt bekijken

2 januari 2026

Recent Posts

  • Apple betaalde ontwikkelaars sinds 2008 $550 miljard via de App Store
  • Anthropic's Cowork brengt AI-agenten van ontwikkelaarskwaliteit naar niet-codeerders
  • Amazon: 97% van onze apparaten is klaar voor Alexa+
  • Officieel: Google Gemini zal Apple Intelligence en Siri aandrijven
  • Paramount klaagt Warner Bros. aan om transparantie over de Netflix-deal af te dwingen

Recent Comments

Geen reacties om weer te geven.
Dataconomy NL

COPYRIGHT © DATACONOMY MEDIA GMBH, ALL RIGHTS RESERVED.

  • Sample Page

Follow Us

  • Sample Page
No Result
View All Result
Subscribe

This website uses cookies. By continuing to use this website you are giving consent to cookies being used. Visit our Privacy Policy.