De Oostenrijkse staatssecretaris voor digitalisering, Alexander Pröll, heeft de Europese Unie formeel verzocht de mogelijkheden te onderzoeken voor het hosten van het Amerikaanse AI-bedrijf Anthropic. In een brief aan Henna Virkkunen, uitvoerend vice-president voor technische soevereiniteit van de Europese Commissie, drong Pröll er bij de lidstaten op aan om “de strategische vestiging en deelname van Anthropic binnen de Europese Unie” te overwegen, zoals gerapporteerd door Bloomberg. Dit verzoek volgt op een richtlijn van het Amerikaanse ministerie van Handel, die Anthropic verplicht om de toegang tot haar geavanceerde systemen voor buitenlanders te beperken vanwege bezorgdheid over de nationale veiligheid.
De richtlijn leidde ertoe dat Anthropic de toegang voor alle gebruikers buiten de Verenigde Staten opschortte, wat resulteerde in een wereldwijde storing die Europese gebruikers trof. Pröll benadrukte het belang dat Europa deze beperking niet alleen maar accepteert. “Laten we gezamenlijk de strategische vestiging en deelname van Anthropic binnen de Europese Unie onderzoeken”, stelde hij, terwijl hij pleitte voor een aanpak die rechtszekerheid, markttoegang en afstemming op gedeelde waarden garandeert.
Het voorstel van Pröll is erop gericht om Anthropic een jurisdictie in Europa te bieden, in plaats van simpelweg te onderhandelen over toegang tot zijn technologie. Hij gaf niet in detail aan hoe een dergelijk voorstel geoperationaliseerd zou kunnen worden, waardoor er vragen openbleven over de oprichting van een Europese dochteronderneming of data-residentieregelingen. Pröll erkende dat er scepsis zou kunnen ontstaan over de haalbaarheid van het plan, maar benadrukte in plaats daarvan de noodzaak om belangrijke innovaties voor Europa veilig te stellen.
Het verzoek weerspiegelt de groeiende bezorgdheid onder EU-functionarissen over het vertrouwen in Amerikaanse beleidsbeslissingen. Eerdere discussies tussen de Europese Commissie en Amerikaanse functionarissen waren gericht op het herstellen van de Europese toegang tot antropische systemen, waardoor de kwetsbaarheid van de EU voor externe beleidsveranderingen aan het licht kwam. De Oostenrijkse brief betwist de traditionele focus van de EU op het cultiveren van AI-bedrijven van eigen bodem, zoals Mistral, en benadrukt de noodzaak van gegarandeerde toegang tot buitenlandse innovaties.
De Europese Commissie heeft niet publiekelijk gereageerd op de brief van Pröll, en bij elke mogelijke actie zou rekening moeten worden gehouden met complexe juridische, concurrentie- en veiligheidsimplicaties. De boodschap van Pröll onderstreept de realiteit dat Europa’s zoektocht naar onafhankelijkheid op het gebied van AI wordt bemoeilijkt door het feit dat de toegang tot essentiële technologie afhangt van beslissingen van Washington.





